23 juni 2009

Dag 2 van mijn stage.

De veldwerkkleding gaat weer aan: kisten met stalen neuzen, een broek met veel zakken (voor het veldwerkboekje, de vulpotlood, de troffel en eventuele andere zaken die je uit het veld mee moet nemen), een katoenen shirtje vanwege de warmte en natuurlijk het knaloranje vest met de reflecterende banden. In verband met de graafmachine die werkt, moeten we goed zichtbaar zijn. En ach, het logo van de universiteit staat op de achterkant van het vest, dus eigenlijk is het best nog wel cool. ;)

We staan te popelen om te beginnen. Zouden we vandaag aan het echte werk toe komen?

Eerst moeten we gaan vlaktekenen. Dat wil zeggen dat we het vlak van een put gaan intekenen op een vel papier met een schaal 1:50. Het is speciaal papier dat waterbestendig is. Voor het echte werk krijgen we ook nog speciale vullingen die watervast zijn, maar voor nu moeten we het met de gewone vullingen doen.

 

Nadat de graafmachine de put heeft geopend en de archeologen het vlak hebben afgeschaafd, gaan twee archeologen het veld op om de sporen te documenteren. Er worden foto’s gemaakt en de sporen worden ingekrast. Samen bepalen de archeologen waar de lijnen komen te staan, omdat die belangrijk zijn voor de coupes die straks gemaakt moeten worden.

Vervolgens worden alle sporen keurig ingetekend, de kleuren bepaald en de texturen genoteerd. Op de tekening komen, naarmate de opgraving vordert, nog veel meer te staan: hoe de coupes zijn gemaakt, wat voor soort sporen het zijn et cetera.

In de put die mijn groepje moest intekenen, waren de meetlinten al aangelegd. Deze meetlinten liggen op een afstand van drie meter van elkaar over de lengte van de put. Vervolgens pakt iemand een meetlat en meet in de breedte, via de lengte van de meetlijnen, hoe de sporen in het vlak liggen. Iemand anders noteert dit in een tekening.

Ook deze oefening was weer een herhalingsoefening en een beetje teleurgesteld gingen we aan het werk, wetend dat onze tekening straks weer zou worden uitgegumd om het dure papier te besparen. De put was toch al ingetekend.

Gelukkig waren we niet de hele dag bezig met het intekenen en rond het begin van de middag, toen we braaf de tekening hadden ingeleverd, kregen we te horen dat we mochten beginnen met couperen. Eindelijk kon het echte werk beginnen!

We kregen allemaal een klein spoor dat we eerst middendoor moesten uitgraven. Vervolgens moesten we er een foto van maken. Daarna een profieltekening – die goed werd gecontroleerd door onze begeleiders – en als laatste mochten we dan het spoor uitgraven.

Helaas! De fotoformulieren waren op. Als er een foto wordt gemaakt, dan worden er twee bordjes toegevoegd op die foto: eentje met een noordpijl en eentje met het fotonummer en de spoorgegevens.

Het fotonummer wordt weer op de profieltekening van het spoor geplaatst en op die manier is de administratie rond.

Omdat er geen fotoformulieren meer waren, was ons werk in principe nog voor spek en bonen, want een deel zou morgen weer overnieuw moeten worden gedaan. Weer een klein laagje van het spoor afhalen, weer een foto maken, de tekening controleren (heel misschien verandert het spoor wel qua vorm en kleur) en dan uitgraven. Dat laatste konden we natuurlijk niet doen, omdat een spoor – als die eenmaal is uitgegraven – voorgoed verdwenen is.

 

Wat we wel konden doen was met behulp van het waterpasinstrument het NAP van de sporen berekenen. Dat heb ik daarom maar gedaan – toch nog iets van het echte werk kunnen doen op deze tweede dag!

 

Na het opruimen bleken er nog een aantal mensen druk bezig te zijn met vondsten wassen. De vondsten uit elk spoor worden apart in een zak bewaard en als er meerdere vullingen in hetzelfde spoor zitten (bijvoorbeeld omdat hij in gedeeltes is volgegooid, of in het geval van een paalspoor: eerst een gat dat gegraven is voor de paal, vervolgens is de paal erin gezet, daarna is het gat dichtgegooid en zoveel jaren later is de paal verdwenen – eruit gehaald of verrot – dat geeft twee vullingen), dan worden de vondsten uit die vullingen ook weer apart bewaard.

 

De vondsten uit een zak moeten dus in een keer gewassen worden om te voorkomen dat ze gescheiden raken van elkaar – wat het onderzoek zou belemmeren en voor administratieve problemen zou zorgen.

Daarom hebben ik en een aantal anderen nog snel even een stoel aangeschoven om te helpen met wassen.

Leave a Reply